Vrijdagavond in de trein. Terwijl ik nog wat op m’n iPhone het nieuws probeer te volgen, zitten er twee gozers voor me, duidelijk onderweg richting de kroeg. De ene na de andere ziekte volgden elkaar op: kanker dit, kanker dat.

Eventjes tellen. Uiteindelijk kwam ik – in twintig minuten tijd – op twaalf keer uit. Dat is ongeveer één keer schelden in twee, drie minuten.

Wat? Ja echt. Twaalf keer.

En stoer lachen, dat ook natuurlijk. En dat alleen maar om een wifi-verbinding die niet werkt.

Wat moet ik doen? Erop afstappen leek me geen goed idee, vandaar dit verhaal.

In m’n gedachten zonk ik weg naar al die mensen – inclusief mezelf – die anderen zijn kwijtgeraakt aan deze ziekte. Ik post een bericht op Facebook. Ik snap namelijk niet waarom mensen met die ziekte schelden. Ik Google ondertussen. Ja, ik zie wat bronnen van mensen die het wel doen maar het eigenlijk niet leuk vinden. Nou ja, slechts een enkeling. Die vind het lekker en dat anderen zich niet moeten aanstellen…. Juist ja. Gelukkig is die reactie uit 2002.

De reacties op m’n bericht zijn gelukkig vol afschuw over het gebral in de trein. Pannenkoeken, onopgevoed tuig, inlevingsvermogen van een drol (die vond ik de mooiste!) en dat soort woorden zijn reacties op deze lui. En ook: ze beseffen niet wat het precies inhoud. Inderdaad, die kijken niet verder dan hun neus lang is….

Conclusie: ik word niet gek. Schelden met ziektes verziekt de taal en alles eromheen.

Je weet wat je te doen staat 😉

#DOESLIEF

Reageer op dit artikel

avatar

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

  Subscribe  
Abonneren op